De Nederlandse archieven zijn zeer goed toegankelijk – voor wie de weg weet
Er komen regelmatig aanvragen van mensen die zelf hebben proberen te zoeken, maar die op een labyrint van archieven en sites zijn stukgelopen. Zo zijn er de stads- streek – en provinciale archieven, het Rijksarchief en talloze commerciële websites, waarbij iedere site zijn eigen zoeksysteem heeft, een andere indexering, maar ook een ander aanbod van gescand materiaal.
Commerciële websites zoals My Heritage zijn vaak zeer onbetrouwbaar en staan vol met niet kloppende feiten, die tegen betaling kunnen worden ingezien.
De Nederlandse archieven zijn wereldwijd het meest geavanceerd als het om digitalisering gaat, andere landen staan op grote achterstand.
België is al jaren bezig met een gecentraliseerd systeem, overzichtelijker dan in Nederland, maar heeft daar nog vele jaren de tijd voor nodig. Duitsland is al sinds de invasie door Napoleon een puinhoop en de tweede wereldoorlog heeft ook niet veel geholpen. Duitse archieven zijn online hoogst ontoegankelijk.
Hoewel de Nederlandse archieven ‘online-vriendelijk’ zijn, is er toch een groot verschil tussen de verschillende provincies. Zo is er in Limburg veel verloren gegaan en zijn Utrecht en Noord-Brabant het meest vergevorderd met ook zeer veel bewaard gebleven materiaal.
Wie weet waar en hoe te zoeken, kan zelfs brieven terugvinden van voorouders, geschreven aan een notaris of overheidsinstelling!
Toen ik in 1986 begon met deze passie, moest ik nog zelf naar de archieven toe. Kwamen je voorouders bijvoorbeeld uit de provincie Utrecht, maar was er dan een voorouder net in een gemeente buiten de provincie geboren, dan moest je helemaal naar het archief van een andere provincie; in Arnhem, of Zuid-Holland.
Je kreeg in die tijd de originele boeken van de burgerlijke stand in te zien en natuurlijk sleten die daar van. Deels waren deze boeken op micro-film gezet, maar dit systeem was lastig te doorzoeken en de scans waren donker, onscherp en moeilijk leesbaar.
Uiteindelijk werden de archieven gereorganiseerd, waarbij o.a. gemeente-archieven samengevoegd werden tot streek-archieven. Ook hier natuurlijk weer het probleem, dat als je voorouder voorkwam in een akte van net buiten de streek, je weer helemaal naar een naburig streek-archief moest gaan.
De laatste jaren zijn er miljoenen documenten professioneel ingescand en online gezet. Die documenten kunnen in hoge resolutie worden gedownload, het grootste probleem is daarbij nog het zoeken zelf. Want stel dat je voorouder Gerardus Sneltink heette: De administratie van burgers was zeker in de 19e eeuw niet helemaal waterdicht. Zo kwamen spelfouten zeer vaak voor. Een naam als Sneltink kon door de registrerende ambtenaar worden gespeld als Schneltink, Snelting, Smelting, Sneltinck – zeker als de voorouder die een doop of overlijden kwam aangeven niet kon lezen en schrijven.
Een deel van mijn voorouders van moeder’s kant – Fonville – wist niet hoe de achternaam naam precies werd gespeld en de ambtenaar maakte er vervolgens Van Wiel van …
En dan de voornamen, ook daar ging het vaak fout. Gerardus kon in de documenten worden opgenomen als Gerard, Geert of Gerrit.

Om het zoeken nog lastiger te maken: voor 1811, toen de burgerlijke stand werd ingevoerd, hadden veel families geen vaste achternaam en gebruikten een patroniem, zoals Gerrit Janszoon. Of gebruikten families de naam van de boerderij waar ze woonden of werkten als achternaam. In sommige streken was het niet ongewoon voor mannen om de achternaam van de vrouw aan te nemen.
Daar komt bij dat de archieven van de burgerlijke stand van voor 1811 grotendeels door kerken werden bijgehouden en daar schreef de pastoor of dominee niet altijd even duidelijk of lagen kerkboeken te verschimmelen of werden vernietigd bij een brand.
Het zoeken van voorouders voor 1811 is een echte uitdaging en verreist heel wat meer ervaring dan bij de burgerlijke stand.
Als voorouders rijk blijken te zijn geweest, is er ook meer over ze te vinden. Denk aan notariële akten, met boedelscheidingen en erfenissen, beschrijvingen van onroerend goed. In het geval van mijn eigen voorouders Lenssinck, weet ik zelfs exact wat voor meubels en kleding ze thuis hadden in 1834, hoeveel contant geld, hoeveel schulden en aan wie, en wat voor trucs ze uithaalden om zoveel mogelijk geld uit een erfenis te slepen!
Er kunnen soms behoorlijk volledige reconstructies van het leven van onze voorouders worden gemaakt, zodat ze dan niet langer ‘anoniem’ zijn en we ze echt een beetje leren kennen. Want zelfs karaktertrekken en gedragingen zijn soms uit archiefdocument af te leiden.

